Home » Hoofdstuk 1 Fase en faseovergangen » Opdracht 2 Vast, vloeibaar en gas

Opdracht 2 Vast, vloeibaar en gas


 

Stoffen kun je onderverdelen in:

Vaste stoffen
In vaste stoffen zitten de moleculen dicht op elkaar geplakt.
De moleculen kunnen uitsluitend op hun plaats trillen.

Vloeibare stoffen
In vloeistoffen zitten de moleculen iets minder dicht op elkaar en kunnen ze langs elkaar heen bewegen.

Gassen
In gassen bewegen de moleculen op grote afstand van elkaar.

De meeste stoffen kunnen zowel voorkomen als vaste stof, als vloeistof en gasvormig.

Je spreekt van drie fasen waarin de stof voor kan komen.

In welke fase een stof voorkomt, is afhankelijk van de snelheid waarmee de moleculen bewegen.

Als de temperatuur van een stof verandert, verandert de snelheid waarmee de moleculen bewegen.