Home » Hoofdstuk 3 Elektrische stroom » Opdracht 2 Spanning en stroom

Opdracht 2 Spanning en stroom


 

 

 

 

Bliksem is ook elektriciteit

Spanning en stroom zijn vaak gebruikte woorden als we het over elektriciteit hebben.

Daar staat stroom op is niet helemaal juist.

Om dat te begrijpen kan je elektriciteit het beste vergelijken met water.

Op de kraan thuis staat waterdruk.

Dat merk je omdat je het water niet kunt tegenhouden als je dat bij een geopende kraan

met je vinger zou proberen.

Als je water in een fles doet en die op zijn kop houdt, kan je dat wel.

Dat komt omdat dan de waterdruk kleiner is.

Laat je het water uit de kraan of uit de fles stromen,

dan moet het ergens naar toe. En als het uit de kraan komt zal dat meestal harder gaan dan wanneer het uit de fles komt.

Dat komt omdat die waterdrukken verschillend zijn.

 


Bij elektriciteit geldt net zoiets.

Op het stopcontact staat spanning, hetzelfde als de druk van het water.

Zolang er niets op het stopcontact is aangesloten gebeurt er verder niets.

Net zoals bij een dichtgedraaide waterkraan.

Als je bijvoorbeeld een lamp op het stopcontact aansluit, gaat er 'elektriciteit' door de lamp stromen.

 

Bij het water gaat dat van de kraan naar de gootsteen,

bij elektriciteit tussen het ene en het andere gaatje van het stopcontact door de lamp op en neer.

En pas dan spreken we bij elektriciteit van stroom.