Home » Hoofdstuk 4 Schakelingen » Opdracht 1 Schakelingen

Opdracht 1 Schakelingen


De serieschakeling

De onderstaande afbeelding is een serieschakeling.

Een serieschakeling heeft geen vertakkingen.

Als hier een lampje stuk gaat, gaan de andere ook uit.

De stroomkring wordt door het kapotte lampje onderbroken.

Een serieschakeling heeft één stroomkring!

Als je een paar apparaten in serie schakelt, moeten ze wel allemaal aan staan:

de stroom loopt door het eerste apparaat, dan door het tweede, enzovoort, en

tenslotte door het laatste.

Als er eentje kapot is, wordt deze stroomkring verbroken en doen ook de andere het niet meer.

In dat geval is het ook moeilijk om te bepalen wélk apparaat kapot is, want

ze zijn allemaal uitgevallen.

Om de stroom in of uit te schakelen neem je een schakelaar in serie met het apparaat op.

De stroom naar het apparaat loopt ook door de schakelaar;

staat de schakelaar open dan werkt het apparaat niet.

Bij een serie schakeling staan de apparaten in dezelfde stroomkring.


De parallelschakeling

Op onderstaande afbeelding zie je een parallel schakeling.

Zoals je ziet gaat er naar elk lampje een vertakking.

Als een lampje stuk gaat, blijven de andere branden.

Een parallelschakeling bestaat uit meerdere stroomkringen

Dit is een stuk beter, praktischer en rustiger.

Een deel van de stroom loopt door het eerste apparaat, een tweede deel door het andere apparaat.

Als je een stoppenkast met schakelaar hebt en je steekt daar de stekkers

van al je elektrische apparaten in.

Gaat er een uit of stuk, dan doet de rest het nog.

Bij een parallel schakeling staan de apparaten in een aparte stroomkring.