Home » Hoofdstuk 1 Fase en faseovergangen » Opdracht 4 Welke faseovergangen zijn er?

Opdracht 4

                    Welke faseovergangen zijn er?


Smelt je ijsje dan verandert een vaste stof in een vloeibare stof.

Zo’n verandering heet een faseovergang.

 

 


Smelten en stollen

Smelten is de faseovergang van vast naar vloeibaar.

Als water bevriest, dan verandert vloeibaar water in vast water: ijs.

Stollen is de faseovergang van vloeistof naar vaste stof.

 

 

 

 

Als een vaste stof overgaat in een vloeistof noem je dat smelten.

 

 

Je spreekt van stollen als een vloeistof overgaat in een vaste stof.

 


Verdampen en condenseren

De was hangt buiten te drogen.

Het water, dat nog in de kleding zit, verdampt.

Er ontstaat waterdamp.

Verdampen is de faseovergang van vloeistof naar gas.

Als waterdamp afkoelt , dan ontstaat er condens.

Waterdamp wordt vloeistof.

 

 

Als een vloeistof over gaat in een gas noem je dat verdampen.

Je spreekt van condenseren als een gas over gaat in een vloeistof.


Stollen en bevriezen

De faseovergang van vloeibaar naar vast heet stollen.

Alleen bij water zeg je bevriezen




Maak een Gratis Website met JouwWeb