Home » Hoofdstuk 3 Elektrische stroom » Opdracht 3 De stroomkring

Opdracht 3 De stroomkring


De lamp in de afbeelding brandt.

De batterij zorgt ervoor dat er een stroom door de draden en de lamp gaat.

De batterij, de lamp en de draden vormen samen een stroomkring.

Alleen als de stroomkring gesloten is, is er een stroom.


In een zaklantaarn moet je batterijen doen.

Dan kun je het lampje laten branden.

Maar als je de schakelaar niet aanzet, gebeurt er nog niets!

Dat komt omdat de elektrische stroom niet door kan stromen.

Om elektrische stroom door het lampje te laten lopen, moet de stroomkring gesloten zijn.

Met een schakelaar kun je de stroomkring openen of sluiten.


Een klein lampje heeft genoeg aan een kleine stroom.

Een bouwlamp heeft meer stroom nodig.

De stroomsterkte geeft aan hoe groot de stroom is.

De stroomsterkte wordt aangegeven in ampère (A)

Ampère is de eenheid van stroomsterkte.